Zondag 20 oktober 2019
Geplaatst op 20 oktober 2019 door pd0amn in Reisverslag 2019 // 1 Reactie
Vanmorgen uitslapen tot 7:00 uur. Na het ontbijt zijn we om 8:15 uur vertrokken om eerst de lokale markt en daarna een batik te bezoeken. Daarna gaan we naar het huis van de sultan. De dag belooft weer een zonnige dag te worden.
Op de lokale markt was groente, vis, kip en heel veel andere dingen te koop. Heel veel dames gingen bijna over de nek bij het zien van de vis en de geslachte kip.
Ook hebben we nog een batikfabriek bezocht.
Hierna ging een groot deel van de groep mee met de riksja. Per riksja kon één persoon vervoerd worden. Er werd gelet op het postuur en gewicht van de passagier. De wat zwaardere personen kregen een riksja die een wat frame had. Ook kregen we een mondkapje uitgedeeld door onze reisleider. Na de eerst paar meters begreep ik maar al te zeer waar deze voor bedoeld was. Uit de ronkende uitlaten kwam een zwarte walm die veel weg had van hetgeen wij soms nog zien bij een oude dieselmotor. De rit ging door vele kleine straatjes waar de kinderen ons al vaak stonden op te wachten.
Een klein aantal mensen die niet meegingen met de riksja werden in de omgeving van het paleis van de sultan afgezet door de bus. Na de tocht met de riksja ging de gehele groep het paleis van de sultan bezoeken. Dit wordt ook wel Kraton Ngayogyakarta Hadiningrat genoemd. Het Kraton is nog steeds de residentie van de sultan. Het Kraton is zeer indrukwekkend, zeker wanneer je bedenkt dat het complex al meer dan 200 jaar oud is. Een groot deel is ingericht als museum. De oude Javaanse cultuur en architectuur van dit grootse complex is overal zichtbaar. Op dit terrein mochten we uit eerbied voor de sultan geen hoed of cap op hebben. Dit was voor mij wat minder i.v.m. mijn huid op mijn hoofd.
We konden ook nog net op tijd genieten van de wekelijkse dans voorstelling. De voor ons vreemde klanken van het gamelanorkest wijzen ons de weg. Eerst een dans door mannen gekleed in traditionele kleding. Hierna kwamen de danseressen prachtig gekleed en opgemaakt met bloemen in het opgestoken haar en eveneens in traditionele kleding. Voordat ze de zaal betreden maken ze een buiging met gevouwen handen. Vervolgens gaan ze in hurkzit de vloer op.
Op dat moment gaf de lokale gids dat het weer verder ging met onze bezichtiging in dit grote complex. Aansluitend hebben we het Taman Sari, het waterpaleis, bezocht.
Taman Sari
ook wel het waterpaleis genoemd, stamt uit 1758 en is gebouwd door sultan Hamengkubwono. Destijds werd het door de sultan en zijn harem als badplaats. Het complex bevatte verschillende zwembaden en een ondergrondse moskee. Helaas is het is verval geraakt na de dood van de sultan.
Door een poort lopen we naar binnen en we zien twee zwembaden, eentje voor de mannen en eentje voor de vrouwen. Hoewel de tand des tijds goed zichtbaar is kun je je toch een voorstelling maken van de pracht en praal die het destijds moet hebben gehad. Als je verder loopt kom je op een klein pleintje waar wat mannetjes zitten te wachten en waar je een klein winkeltje met wat kunst hebt. Ook staat hier een hele mooie versierde poort waarmee je een soort badhuis/sauna-achtige gebouw ingaat. Binnen is het heel donker, maar wel lekker koel. Ook kun je de poort beklimmen en zo de achterliggende buurt zien. Het is verrassend hoeveel ‘locals‘ dit waterpaleis ook bezoeken. Je pikt ze er zo tussenuit, iets met selfies en poseer-sessies.
Sumur Gumuling
Volgens de informatie die we hebben gelezen moet er ergens nog een ondergrondse moskee zijn, genaamd Sumur Gumuling, maar we kunnen het zo snel niet vinden. Een van de wachtende mannetjes helpt ons op weg, ‘turn right and turn right‘. Maar dat klinkt makkelijk dan dat het is. Als we namelijk de tweede rechts inslaan staan we wel op een muur die bij het complex lijkt te horen, maar er is nergens een ingang. Dus gaan we weer terug naar het straatje waar we vandaan kwamen en lopen verder. We komen hier al meer zoekende mensen tegen, de ondergrondse moskee is goed verstopt. En als we hem dan eindelijk gevonden hebben kunnen we nergens de ingang vinden. Die blijkt een heel eind verderop te zitten. Je moet het maar net even weten. Via een trap en een tunnel gaan we onder de grond door naar de moskee.
Het waterpaleis zelf is al een bezoekje waard, maar de ontdekkingstocht door de wijk maakt het helemaal bijzonder. Je ziet hoe de ‘locals‘ hier wonen en leven.
Hierna was het tijd voor de lunch. Wederom in een prachtige omgeving. Ook het eten was wederom overheerlijk.
Omdat de straatjes hier erg nauw zijn voor onze grote bus werden we in twee kleinere busjes vervoerd naar de plek waar onze bus stond. Van hieruit ging het richting Jalan Malioboro. Dit is de grootste en bekendste winkelstraat van Yogyakarta.
De naam wordt echter ook gebruikt om de wijk waarin de straat ligt aan te duiden. 's-avonds hebben we met de hele groep in het restaurant van ons hotel gegeten en wel op de bovenste verdieping met een geweldig mooi uitzicht.











































Hoi Stef, leuk om je verhaal weer te lezen en je foto’s weer te zien!